Blog
Ochtend goud 🌅
Ik loop door een slapende stad. De stilte wordt zacht verbroken door autogeraas in de verte.
Ochtenddauw op het gras wacht geduldig op verdamping in de zon. De lucht begint te verkleuren en de natuur wordt wakker.
Vogels ontwaken terwijl de zon de horizon betoverend en met een gloed rood kleurt.
Hardlopend ben ik getuige van dit spectaculaire moment: 'Het ochtendgoud'.
Ik loop op glitters terwijl de zon haar weg baant door de bomen en speelt met het vochtige wegdek.
De dag is begonnen, het ochtendgoud is verdwenen en ik ben op weg naar de volgende bestemming van de dag.
Mei 2024
Zomerzon 🌞
Juni
De maand juni is vaak het voorprogramma van de zomer, en ook dit jaar klopte dit helemaal. Weken achterelkaar scheen de zon onophoudelijk en de plantjes in de tuin moesten blij zijn met water uit mijn gieter. Het moment dat je de kussens van de tuinset ’s avonds niet meer naar binnen haalt, is het startsein gegeven voor de zomertijd.
In de weken dat de temperatuur oploopt, merk ik dat iedereen even moet wennen aan de zomer. Wanneer gaat die korte broek aan? En vanaf welke dag laat ik mijn zomerjas aan de kapstok hangen? Tijdens mijn hardlooprondjes merk ik ook dat ik moet wennen aan het nieuwe seizoen. Ik twijfel bij het aankleden: wordt het een hemdje of toch maar een T-shirt? Naarmate de maand vordert, lopen de graden op naar tropische temperaturen en ik ga ook steeds vroeger mijn bed uit om in een luchtige short en hemdje te gaan hardlopen, zodat ik de warmte voor kan blijven. Ik vind het heerlijk, de zonsopkomst tegemoet lopen en voor dat de mussen van het dak vallen, zit ik weer schoon en fris thuis aan de koffie.
De zomer is echt begonnen; het is al een aantal weken achterelkaar boven de twintig graden. Ik kan hier wel aan wennen. Als het een dag wat minder is, merk ik dat ik binnen zit met de deur dicht, want ik vind het koud. Ik begin al echt aan de warme temperatuur te wennen en het lopen in de zomerzon gaat me steeds beter af. Deze maand ben ik ook al begonnen met wat voorbereidingen voor onze vakantie in Zuid-Frankrijk aan de Côte d'Azur. Ik heb al routes uitgezet die ik daar langs de kust wil gaan lopen. Ik mijmer even weg en zie mezelf in de ochtendzon over de boulevard lopen. In een slow motion tred loop ik voorbij, zoals in de tv-serie Baywatch. Na mijn loopje drink ik glimmend van het zweet onder de brandende zomerzon, met de Middellandse Zee op de achtergrond, water uit een fles. Ik kiep de rest van de inhoud van het water over mijn hoofd, natuurlijk met dezelfde slow motion beweging als in de Baywatch-serie. Ik schud mijn hoofd heen en weer, en het water gutst als een waterval langs mijn gezicht. Door de weerkaatsing van de zon glinsteren de waterdruppels als dansende glitters om me heen. O, wat heb ik zin in de vakantie.
Juli.
De zomerzon blijft schijnen, en ik merk dat ik steeds meer in onze achtertuin vertoef. Buiten aan de koffie en 's avonds lekker barbecueën. De temperaturen gingen wat op en neer, maar zijn nu weer tropisch opgelopen, met zelfs twee dagen boven de dertig graden. Dit is echt te gek. De zomerzon is zo helemaal niet fijn meer; ik ben hier niet voor gemaakt. In huis hou ik alles potdicht en ik ben vooral binnenshuis te vinden.
Ik werk in een verpleeghuis, en dat is met deze hittegolf geen opgave, want daar hebben ze klimaatbeheersing. Ik heb dan helemaal geen idee meer wat voor weer het buiten is. Ik ga bewust deze dagen niet hardlopen, want je kunt me opvegen, echt, hoor. Of je kunt me niet meer vinden, want volgens mij smelt ik dan gewoon. Ik ga het niet uitproberen, want stel dat het echt zo is.
Even dacht ik dat ik geacclimatiseerd was en eindelijk tegen de warmte kon, maar nee, rond de dertig graden wordt het me te veel. Het zweet breekt me uit en manifesteert zich op mijn bovenlip: de bekende zweetsnor is een feit. Ik word loom, mijn humeur daalt en ik kan zelfs het vriespunt bereiken. Helaas schept deze temperatuurdaling geen echte verkoeling. Ik kan niet veel meer hebben van een ander en word eigenlijk een chagrijnige heks. Lichamelijk stijgt alle warmte die zich verzameld heeft in mijn lijf omhoog, en mijn hoofd voelt zwaar heel zwaar, zodat ik mijn hoofd alleen maar wil neerleggen op een kussen. Migraine alert! Dit verdwijnt pas weer na een pilletje en een uurtje slapen.
In Nederland slaat altijd het weer om na extreme dagen, wat nu ook het geval is, en we hebben een paar dagen fris regenweer. De plantjes in de tuin zijn Moeder Natuur dankbaar. Ik hoor ze groeien tijdens een regenbui. Ik kan ook weer even bekomen; mijn humeur en energie stijgen. Gelukkig is de heks verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een vrolijke en energieke hardlopende vrouw. Ik hervat mijn hardlooprondjes weer. De zomerzon is even op pauze.
Op mijn werk is het druk; daar is de vakantiepiek al voelbaar en werken we ons een slag in de rondte. Hierdoor vergeet ik dat het weer niet echt zomers is buiten en dat mijn vakantie eigenlijk al voor de deur staat. Ik begin lichte vakantiestress te krijgen. En vlak voor vertrek begin ik met inpakken. Ik check het weerbericht en zie dat het de komende weken in Frankrijk rond de dertig graden is, dus de lange broek blijft in de kast. Ik hoop stiekem dat de zomerzon daar toch anders is en die dertig graden anders aanvoelt dan in ons land.
Vakantie!
Het is een frisse ochtend met een graad of achttien, en met een volgeladen auto rijden we richting Frankrijk. Onderweg begint het zonnetje door de voorruit te schijnen, en met de zonnebril op mijn neus zoeven de kilometers onder me vandaan. Onze eerste koffiestop is in Luxemburg, waar we zoals alle Nederlanders even de tank ook volgooien. Mijn ultieme vakantiegevoel daalt over me neer. Hier schijnt het zomerzonnetje fijn, en spreekwoordelijk 'met zonder vest' zitten we met het hele gezin aan de picknicktafel met koffie en een koelbox gevuld met lekkers. Om ons heen hoor ik verschillende talen, nu is het toch echt begonnen: de vakantie. Het liefst wil ik hier nog wel even blijven zitten genieten, maar we hebben nog wat kilometers voor de boeg. Dus stappen we weer in de auto en gaan we door.
Na nog wat koffiepauzes komen we aan in Lyon, waar we blijven overnachten. We zitten heerlijk op het terrasje te eten in de Franse avondzon, met een verkoelend briesje. Na een uitgeruste nacht met zijn vieren op een kamer te hebben geslapen en croissantjes als ontbijt, vervolgen we onze weg naar de zuidkust.
Ja, hier in Zuid-Frankrijk zorgt het zomerzonnetje ervoor dat het echt dertig graden is, en het voelt helemaal niet anders aan dan thuis. Ik wil zo snel mogelijk acclimatiseren, en ik probeer zo lang mogelijk buiten in de warmte te blijven. Pas als de zweetdruppels naar beneden druipen, terwijl ik stil een boekje zit te lezen. Vlucht ik even naar binnen onder het mom van 'wil iemand nog wat te drinken?' Of 'ik ga alvast aan het eten beginnen', zodat ik bij de airco even kan afkoelen. Deze airco-pauzes zorgen ervoor dat ik de eerste dag goed kan doorkomen.
Op onze tweede dag gingen we heel ambitieus naar Monaco, waar het twee graden minder warm was. Boven in Monaco was het zevenentwintig graden met een heerlijke wind die voor afkoeling zorgde. Beneden in Monaco was het net zo warm, maar doordat de gebouwen dicht op elkaar gebouwd zijn, was de wind daar niet voelbaar. Daar liep ik het prachtige Monaco in de zinderende zomerzon, tussen de warme gebouwen. Sjokkend liep ik achter mijn gezin aan, de zweetdruppels biggelden langs mijn ruggengraat. We liepen heuvelop langs alle souvenirwinkeltjes, en mijn tred werd steeds langzamer. Het leek wel alsof mijn schoenen aan de weg vast bleven plakken en ik kwam niet meer vooruit. Bij elk winkeltje kon ik even in de schaduw staan. Ik liet me natuurlijk niet kennen en liep de nog steilere heuvel op. Voetje voor voetje kwam ik vooruit. Boven aan was er schaduw, en daar moest ik echt Stoppen, ik kon niet meer en werd wat licht in mijn hoofd. Ik voelde me zo slap als een vaatdoek worden. Ik had het punt van oververhitting bereikt en het was tijd voor een pauze. Nadat ik een flesje water leeggedronken had, kon ik even op adem komen. We besloten naar het gebied te gaan waar het verkoelende windje te voelen was en daar wat te gaan eten. Dat was precies wat ik nodig had, en de vaatdoek werd weer wat meer mens. Het was duidelijk dat ik nog niet geacclimatiseerd was, en voor vandaag had ik weer genoeg zomerzon gezien.
Na ons uitje naar Monaco hebben we echt een paar dagen een stap teruggenomen en bleven we lekker op de camping: beetje zonnen, zwemmen, een boekje lezen en wat hangen op het terras. Zo nu en dan nam ik een airco-pauze en zodra ik het koud had, kwam ik weer naar buiten. Ik had het idee dat ik aardig aan de hitte gewend was en ik wilde nu mijn looproutes gaan verkennen die ik vorige maand had bedacht. Ik zette de wekker om zeven uur en een uur later was ik op het strand. Het was heerlijk, zesentwintig graden en nog lang geen dertig, met een warm windje. Zoals ik me had voorgesteld, begon ik over de boulevard te lopen met uitzicht op het strand. Mijn plan was om heen en weer tien kilometer te lopen. Ik genoot van het lopen onder de zomerzon en voelde me een Baywatch chick met de ultieme zon, zee en strand uitzicht.
Het was nog niet druk maar wel levendig. Veel ouderen lagen al op het strand en zwommen in de zee. Ik was niet de enige; er waren nog meer hardlopers die hetzelfde idee hadden. Het verkeer begon rustig op gang te komen met vrachtwagens die de strandtenten, cafés en souvenirwinkeltjes kwamen bevoorraden. Ik liep de kustlijn af, maar ik had me verkeken: het was niet vlak. Mijn route werd steeds meer glooiend, maar ik voelde me goed, ik was de Baywatch chick, ik kon dit. Ik liet het gewoon op me afkomen.
Ik kwam steeds dichter bij het keerpunt. De heuvels werden hoger, de temperatuur liep op en de wind was verdwenen. Mijn Baywatch-uitzicht was ik inmiddels uit het oog verloren. Het strand had plaatsgemaakt voor een hoge, witte muur – dit was de omheining van privéresidenties die uitzicht hadden op de zee en de zeebries voelden. Ik liep tussen de muur en de doorgaande weg. Het was hier nog warmer dan op de boulevard, en de wind was net als mijn motivatie verdwenen. Met de zon op mijn bol kreeg ik ook nog eens hoofdpijn.
Bij het vijf kilometerpunt ben ik omgedraaid en dacht ik dat ik nu vooral bergafwaarts zou lopen. Nou, vergeet het maar! Het werd weer bergopwaarts. Dit was nu zo steil dat ik maar even ben gaan wandelen. Bij het vlakke stuk probeerde ik me weer te herpakken en rende ik in iets wat op hardlopen leek. Ondertussen had ik mijn pet afgezet om mijn hoofd wat te laten afkoelen, in de hoop dat het bonken in mijn hoofd minder zou worden.
Toen ik voorbij de hoge muren was, liep ik weer over de boulevard. Ik voelde me niet lekker; ik was moe door de heuvels en bang voor een migraineaanval. Met wandelen en rennen heb ik de tien kilometer voltooid, maar ik was allesbehalve een Baywatch-chick die sexy in de zon staat te glinsteren. Ik was drijfnat en stonk een uur in de wind naar zweet. Ik voelde me als een rode vaatdoek. Mijn hoofd oogde als een tomaat die al even in de fruitmand lag en al begon te rimpelen, met een zielige uitdrukking.
Ik was blij dat ik terug bij de auto was; al mijn energie was op. Ik heb nog wel in de brandende zomerzon, met de Middellandse Zee op de achtergrond, water uit een fles gedronken, maar niet in slow motion. Ik slobberde de fles water leeg alsof ik dagen in de woestijn had gelopen en zo uitgedroogd was dat ik niet meer beschaafd kon drinken. En het laatste restje uit mijn fles... heb ik ook gewoon opgedronken. Terug op de camping heb ik voor de zekerheid een migraine pilletje ingenomen en in het zwembad een verfrissende duik genomen, om vervolgens de rest van de dag helemaal niets te doen. Weer dacht ik: Nee, ik ben nog niet geacclimatiseerd.
Augustus
De maand juli gaat geleidelijk over in augustus. Ik heb geen idee meer van tijd en dag, dat is wat vakantie met je kan doen, en dat is goed. Niets moet, alles mag, en even niet meer leven volgens de agenda. In Nederland is het slecht weer met temperaturen van achttien graden en regen. Daar is de zomerzon verdwenen, wat erg moeilijk voor te stellen is, terwijl we hier in het zuiden precies in het rode gebied op de weerkaart zitten, wat aangeeft dat het heet is. De temperatuur is vijfendertig graden of meer, en volop die zomerzon. Alsof de zon, maar op één plek tegelijk kan zijn?
Na een paar dagen met veertig graden heb ik besloten om, maar niet meer aan het strand te gaan hardlopen. Ik ben gewoon niet gemaakt voor deze zomerzon. Ik heb me beperkt tot twee rondjes over de camping, en dat ging verrassend goed. Ik kwam met energie terug, dat deed me goed. Op de camping zijn er wel wat heuvels, waaronder een gigantisch steile heuvel. Ik heb deze weten te bedwingen. Halverwege het rondje zijn er nog drie heuveltjes die in elkaar overlopen, en de laatste heuvel is erg gemeen verstopt na een bocht en lijkt kaarsrecht omhoog te gaan. Het camping-rondje heb ik twee keer gedaan en dat ging wat minder makkelijk, maar mijn motivatie was fanatiek. De eerste en laatste heuvel heb ik gewandeld en de rest heb ik lekker gerend. Zo liep ik vijf kilometer over de camping te shinen en had ik geen last van de zomerzon.
Na mijn rondje dronk ik glimmend van het zweet in de brandende zon, met de caravan op de achtergrond, water. Ik kiepte het laatste restje van de inhoud over mijn hoofd leeg. Ik schudde mijn hoofd heen en weer, en het water gutste als een waterval langs mijn gezicht. Door de weerkaatsing van de zomerzon glinsterden de dansende waterdruppels als glitters om me heen. Zou ik nu dan toch eindelijk geacclimatiseerd zijn?
Een paar dagen later wilde ik vier rondjes over de camping rennen, want dat was goed bevallen. Het was alleen toch weer warmer; ik kon nog steeds voelen dat het een dag eerder veertig graden was geweest. Met frisse moed begon ik aan de heuvels, want ik was er nu echt van overtuigd dat ik wel tegen de warmte opgewassen was. Halverwege de eerste heuvel droop het zweet samen met mijn moed in mijn schoenen. Was de heuvel nu nog steiler geworden? Leek de heuvel gegroeid? Ik zette stevig door en het lukte me om de heuvel te bedwingen. Op naar heuvel twee. De zweetdruppels spatten al in het rond. Ik liep langs het zwembad en ow, wat had ik graag daar even een duik genomen. Maar het zwembad was nog niet open. Ik overwon heuvel twee en liep door naar heuvel drie en vier, maar bij de laatste heuvel – die je pas na de bocht ziet – vond ik het wel genoeg. Ik wandelde verder. In mijn hoofd hoorde ik een stemmetje dat zei: ‘Stoppen!’ Maar heuvelafwaarts kreeg ik een lekkere tred en werd ik in het Frans aangemoedigd door de schoonmaakploeg. Dat motiveerde me en ik ging door naar de tweede ronde.
Aargh, de eerste heuvel... 'God allemachtig', wat was hij steil. Ik geloof dat ik de man met de hamer tegenkwam. Die heuvel was nu niet meer op te lopen en ik sjokte omhoog. Bij de andere heuvels sjokte ik gewoon verder. Ik besloot het bij twee rondjes te houden vandaag en gaf mijn portie, maar aan Fikkie, of zoals de Fransen hier zeggen, aan François. Ik hoopte weer op aanmoedigingen, maar de schoonmakers waren verdwenen. Ik liep de laatste heuvel af en rende naar beneden richting de caravan. Toch weer vijf kilometer, zwetend als een otter, maar zonder hoofdpijn. Het stemmetje zei weer: ‘Stoppen!’ terwijl ik tegen de caravan leunde om mijn spieren te rekken. Als ik niet oppas, duw ik de caravan nog van zijn plek en rolt hij weg. Mijn fantasie sloeg op hol. Tijd voor een bakje koffie. Terwijl de camping langzaam ontwaakte, zat ik op het terras met mijn welverdiende koffie. En ik moet bekennen: ik had heimwee. Heimwee naar Nederland zonder heuvels en naar het Nederlandse weer. Ik had nooit gedacht dat ik het wisselvallige weer zou missen. Ik wist al van mezelf dat ik het beste loop, in herfstweer, in regen en kou. Ik had zo gehoopt dat ik ook goed tegen de intense zomerzon kon en dat ik makkelijker zou kunnen acclimatiseren. Maar dat is niet het geval. Ik hou van de zomerzon als hij er is; hij maakt me vrolijk en energiek. Ik zie het leven dan letterlijk van de zonnige kant, zeker als ik lekker buiten in mijn tuin kan zitten. Maar zodra de goudgele vriend verandert in een hittegolf, wordt hij mijn vijand en bezorgt me een zweetsnor, klotsende oksels, hoofdpijn en af en toe zelfs een migraineaanval.
Thuis.
Als de vakantie weer voorbij is en we terugrijden naar huis, zie ik onderweg de temperatuur steeds verder dalen op het dashboard. Wanneer we België binnenrijden, hebben we al te maken met de eerste regenbuien. De vesten komen tevoorschijn en we bereiden ons voor op het 'Hollandse weer'. Stiekem ben ik opgelucht; twee weken in tropische warmte is prima voor de vakantiesfeer, maar het past niet goed bij mijn actieve plannen. Met de regendruppels op de voorruit dwalen mijn gedachten weer af. Ik zie mezelf al in de regen lopen tijdens mijn rondje rond de kerk.
Eenmaal thuis is de temperatuur gedaald naar achttien graden en is het regenachtig. Toch moet ik even wennen aan de sombere sfeer die de regen met zich meebrengt. De regen is gestopt als ik ga hardlopen. Het voelt heerlijk om weer thuis te zijn, zonder heuvels, klotsende oksels en hoofdpijn. Maar Nederland zou Nederland niet zijn als het weer niet snel zou veranderen. Het lijkt wel alsof we de zomerzon hebben meegenomen naar Nederland. De zon schijnt volop en de temperatuur blijft hangen rond vijfentwintig graden. Nog even volop genieten van het 'Hollandse weer' voordat augustus overgaat in de herfst en ik mijn plezier kan vinden in de regen.
Voor nu loop ik heerlijk genietend nog een rondje in de zomerzon, en ik besef dat ik geacclimatiseerd ben.
September 2023
Loop liefde is...
Een verlanglijstje wie heeft deze niet? Je kunt het ook een bucketlist noemen. Ik heb er in ieder geval meerderen zoals de landen die ik nog wil bezoeken en natuurverschijnselen die ik wil zien. Maar vandaag gaat het over mijn verlanglijstje van plekken waar ik nog wil hardlopen, gewoon hier in Nederland.
Nederland is mooi, heel mooi, ik heb al veel gebieden gezien, maar dat is nog maar een fractie van wat ons mooie landje te bieden heeft. Er zijn veel verborgen plekjes die niet te vinden zijn in brochures en op het internet, dat zijn de geheimen in de natuur die zich pas openbaren op het moment dat je er bent, en er open voor staat om het ook écht te willen zien. Deze plekjes vind je niet als je er naar zoekt bent, zo’n plekje ontpopt zich alleen als deze voor jou bestemd is. Het kan zelfs op plekken zijn waar je dagelijks voorbijloopt. Dit klink heel zweverig, maar het valt wel mee, hoor. Ik zal je vertellen hoe ik laatst zelfs twee keer tegen zo’n verborgen plekje aan ben gelopen.
Terug naar mijn verlanglijstje, ik zou heel graag het Pieter pad willen (hard)lopen, deze route is c.a. vijfhonderd kilometer lang en loopt van Pieterburen in Groningen naar de St.-Pietersberg in Limburg. Deze trip vergt wel enige voorbereiding en zal meerderen dagen of weekenden in beslag gaan nemen. Zodra ik hieraan ga beginnen laat ik het je het zeker als eerste weten. Dat is voor nu een brug te ver. Op hetzelfde lijstje staan ook gebieden die wat minder voorbereidingen nodig hebben. Zo wil ik graag eens lopen op de Waddeneilanden, de zandduinen van Schoorl bedwingen en spelen in de heuvels van Limburg. Dichter bij mijn voordeur zijn er ook nog steeds plekken zoals Kinderdijk, de Zeelandbrug en de Turfroute in mijn eigen gemeente die ik nog niet lopend ontdekt had en graag van wat dichterbij wil zien. Wat geen brug te ver hoef te zijn is de verbinding tussen de Zeeuwse eilanden Tholen en Goeree-Overflakkee, die verbinding is de Philipsdam en is voor mij een half uurtje rijden. Deze is en deze wil ik van mijn lijstje afvinken.
De Philipsdam is een onderdeel van de Deltawerken en begint bij Sint-Philipsland, ligt door de Oosterschelde en de dam alleen is zeven km lang en eindigt bij Grevelingen-. Heen en weer vanaf mijn huis zou deze vijftig kilometer voor een wel erg ambitieuze training zorgen. Om deze toch af te vinken moet ik wat creatiever zijn en heb ik Marko gevraagd of hij met me mee wil gaan, zo konden we een combinatie loopje doen.
Op een grijze vroege zaterdagochtend rijden we met de auto naar St.-Philipsland. Marko zet me aan het begin van de Philipsdam af en hij rijdt door naar de andere kant van de dam waar hij de auto parkeert. In tegengestelde richting loopt hij dan terug richting huis. Na het uitstappen loop ik Tholen uit en volgens het bord; ‘Welkom’, loop ik Schouwen – Duivenland binnen en begint mijn ontdekkingsreis van veertien kilometer. Het is voor een zomerdag wat frisjes en ik ben blij dat ik een T-shirt heb aangedaan. Ik heb gekozen voor mijn Amsterdam marathon T-shirt want wie weet geef deze me vandaag ook wel wat extra power. Het is een graad of achttien en er staat veel wind. Marko rijdt me voorbij en verdwijnt al snel uit het zicht als hij de dam op rijdt. De autoweg ligt hoger dan het geasfalteerde fietspad waar ik mijn weg op vervolg en krijg ik niet erg mee dat ik ernaast loop. Als snel zit ik in mijn vertrouwde cadans en aan beide zijden van het pad staat het gele gras hoog en deint met de windvlagen mee. Ik voel me gelukkig, zo op de vroege ochtend, ik heb het idee dat de wereld van mij alleen is.
Mijn idee van de Philipsdam was dat ik op een fietspad loop links razen de auto’s voorbij en rechts zie ik water maar dat is alles dan dat. Ik heb helemaal niet het idee dat ik tussen watergebieden of van het ene naar het andere eiland loop. Links van mij lijkt de weg met auto’s veel verder weg dan ik op het plattegrondje bestudeerd heb. Tussen mij en de weg zit een brede berm met vangrail, dit loopt zelfs regelmatig omhoog zodat ik zelfs de auto’s niet meer zie. Als ik wat meer vergezichten krijg zie ik rechts van mij een natuurgebied met veel groen moerassig gebied met vogels. Ik ruik de Zeeuwse zilte zeelucht waar ik even aan moet wennen.
De wind blaast stevig, maar ik heb er geen last van, ik heb geen wind mee, maar ook niet wind tegen. Ik hoor de vogels in het gebied en het ruisen van het hoge gras. Mijn benen gaan door in hetzelfde ritme en mijn gedachten dwalen af. Het fietspad af turend dat glooiend omhooggaat, word ik opgeschrikt door een vroege vogel op de racefiets. Mijn besef komt weer terug dat ik niet alleen ben. Ik probeer de fietser nog een goedemorgen te wensen, maar mijn reactie is trager dan zijn snelheid. De wind gaat toenemen en ik trek mijn pet wat verder naar beneden om wegwaaien te voorkomen. Het fietspad komt glooiende op dezelfde hoogte als de autoweg en ik zie in de verte de brug over de Krammersluis. Dat lijkt me het middelpunt van de dam. Ik zie nu ook meer watervlakte en het eiland aan de overkant liggen. Die kant moet ik ook op, zeg ik tegen mijzelf alsof ik een andere keuze heb om een andere kant op te kunnen.
Mijn benen gaan in hetzelfde ritme verder, maar ik kan nu niet meer wegdromen, omdat ik weet dat ik Marko tegen kan gaan komen. Nu ik eigenlijk continu aan het kijken ben of ik wat blauws zie lopen, ben ik meer in het hier-en-nu. Ik zie dat er meerdere auto’s op en neer rijden over de dam en de fietsclubjes zijn ook present, ik word voorbijgefietst of zie een clubje tegemoet komen. En als ik de brug over de sluis passeer zie ik eindelijk rechts en links van mij water zoals ik me bedacht had. De sluis lijk in een bocht te lopen en daar zie ik een blauw stipje wat gestaagd voortbeweegt mijn kant op en het is inderdaad Marko, ook hij loopt de brug op. Opgewonden loop ik verder, het lijkt alsof ik heb al jaren niet gezien heb. Ik bedenk me zou wel erg leuk zijn dat we precies in het midden van de brug elkaar passeren. We komen steeds dichter naar elkaar toe. De wind gaat hier midden op de brug flink tekeer.
Ik loop de slagbomen voorbij die omhoog staan en kijk even de diepte in beneden langs de sluis waar het water krioelt als een wilde hond die achter zijn eigen staart aan zit. Ik merk dat ik aan de zeelucht gewend ben want ik ruik het niet meer, ik hoor voetstappen en als ik op kijk komt Marko aan lopen en staan we in het midden op de brug. Ik neem je mee in mijn tegeltjes moment, Liefde is … samen hardlopen en elkaar midden op de Philipsdam tegenkomen. Hier rijden dagelijks zoveel mensen overheen en er gebeurt niets, maar dan ontpop daar op die zaterdagmorgen precies midden op de brug een moment op. Meters boven het water komen twee mensen op hetzelfde moment bij elkaar. En toevallig zijn deze twee mensen verbonden met hun liefde en passie. Even leek of de wind was verdwenen en dat de zon door het grijze wolkendek brak en nog voor dat die twee mensen elkaar aanspraken leek het of hemel, aarde en het water even stil stond.
Poef! Als een zeepbel spat het moment weg zoals deze verscheen. Terug naar de realiteit en ik zet even mijn horloge op pauze en moet lachen, ik vertelde tegen Marko dat ik het leuk zou vinden dat we precies midden op de brug elkaar tegen zouden komen en dat is gelukt. Ik krijg van hem de auto sleutel en hij vertelt me dat hij de auto geparkeerd had op de afgesproken plek. Ook vertelt hij dat hij veel heuvel op en flink veel wind tegen heeft gehad, dat kon ik moeilijk voorstellen omdat ik waarschijnlijk al die tijd vooral wind mee had. Ik stelde hem gerust dat hij het volgende stuk door het glooiende pad beschermd wordt door de wind. We spreken af als ik bij de auto zijn looproute naar huis rij en hem dan oppik als hij dat wil. We schrikken beide op omdat we bellen horen rinkelen. We vermoeden dat de brug opengaat al we geen boten of schepen zien, maar verbogen voor de zekerheid wel onze weg. En nee de brug ging niet open, waarschijnlijk was het een belletje voor wat anders wat gebeurde beneden in die sluis.
Ik ging door met mijn ontdekkingsreis van de Philipsdam. Ik had mijn route zo uitgezet dat ik drie Zeeuwse eilanden kon aantikken. Ik liep van Tholen door het watergebied van Schouwen – Duivenland en als ik aan het einde van de dam rechts aanhoud dan kwam ik op Goeree-Overflakkee. Het laatste stuk over de dam liep naar benden en ik had het idee dat ik wat meer in de bewoonde wereld terechtkwam. Het werd hier vlakker en aan het einde van de dam kwamen meerdere wegen bij elkaar en ik zag zelfs een rotonde dat was een hele infrastructurele gewaarwording na die ene weg die ik tot nu toe zag.
Na de route bekeken te hebben moest ik rechts aan houden, het was nog steeds niet erg druk en ik volgde de weg naar rechts. Even benauwde het me want ik dacht dat ik op de autoweg liep. Ik zag geen fietspad dus met het gevoel als toerist in eigen land liep ik stug door. Tot ik de bocht uit was ik kon ontspannen, want de autoweg lag weer vertrouwd links naast me. Ik liep op Goeree - Overflakkee En na één kilometer zou ik om kunnen keren terug naar Schouwen – Duivenland om de auto op te gaan halen. Nou, dit eiland begon net als de dam met een lange rechte weg en in plaats van een brug stond hier een kunstwerk halverwege mijn weg.
Het water was nu veranderd in een weiland met graan en aan de linkerkant zag ik niets anders dan een hoge dijk van gras. Ik liep nog steeds lekker, het voelde erg goed, dat kon ook niet anders want ik zou later merken waarom. Ondertussen keek ik in de verte, want ik zou de oversteek moeten gaan maken. Ik zag alleen niets wat op een oversteek leek. Ik begon wat te twijfelen, maar als ik de route bekeek op mijn horloge staat er echt een mogelijkheid om over te steken. Wat verderop zie ik, wat lijkt op een boerenweg dat naar rechtsaf buigt en bewegwijzeringsbordjes, het lijkt op meer leven daar en besluit om eerst daar maar eens te gaan kijken voor ik in paniek schiet, omdat ik geen weg naar de overkant zie, en ik moet volgens mij toch echt achter de grasdijk zien te komen. Want daar loopt nog een fietspad.
Hoe dichter ik bij het de splitsing kom zie ik dat het niet alleen een rechte weg is, maar samen met de Boerenweg wordt het niet twee maar driedimensionaal. Bij dat bewegwijzeringsbordje loopt een wandelpad naar benden. Die zag ik in de verte niet. Er staat een bord bij fietsers afstappen en ik loop het pad trapsgewijs en steil naar benden, en kom uit op een smal plateautje. Het is hier windstil en ik sta in een soort van kuil. Ik ben omringd door muren van lang dor gras wat al even geen regen meer gezien heeft. Als ik een kwartslag draai sta ik voor een smalle betonnen opening van een tunneltje met boven aan een bordje - Pas op hoogte 2 meter – Ik twijfel even of dit niet een afvoer is van een sloot dat toevallig droog staat. Het lijk zo smal, op het bordje stond dat fietsers er lopend door heen mogen, dus is het echt de bedoeling dat ik hierdoorheen ga.
Hier ontpopte weer een plekje speciaal voor mij, alsof ik door dit tunneltje de geschiedenis in zou lopen. Wat een bijzonder plekje dat nergens beschreven staat en ik letterlijk zo in het wild op uit kom lopen. Dit moet ik even vastleggen, want dit gaan ze thuis nooit geloven. Ik pak mijn mobiel en leg het vast. En loop vervolgens het donkere tunneltje in. Ik snap dat fietsers af moeten stappen want het is erg laag, hier met mijn 1.68 meter loop ik automatisch gebukt naar de overkant. Het licht aan de overkant is fel en zodra ik onder de weg door ben, kom ik weer in een kuil uit, deze is niet van door, geel gras, maar hier is het gras letterlijk groener dan de overkant. Ik klim weer trapsgewijs uit de kuil en ga rechtop staan. Woessh een wind vlaag. En mijn pet in verdwenen. Hij komt neer voor het prikkeldraad van een omgeploegde akker. Ik ren alsof ik bestolen ben mijn pet er achteraan, het loopt wat heuvelaf en ik klauter de afgrond in mijn pet achterna. Als ik hem heb, zet ik mijn pet meteen weer op, maar ik voel dat hier stevige wind sta en ik als ik me pet los zou laten; ik er meteen weer achterna kan gaan. Verstandig klem ik de pet tussen de riempjes van mijn drink vest zodat deze geen vlucht door de lucht meer kan maken. Met de wilde wind door mijn haren vervolg ik het fietspad en loop achter de grasdijk van eerder weer terug naar Schouwen – Duiveland. Of wel richting strand de Grevelingen waar Marko de auto heeft geparkeerd op de derde parkeerplaats hadden we afgesproken.
Nu mijn koers volledig was gedraaid had ik de power nodig van mijn T-shirt, hier was het kouder en ik liep ik vol tegen de wind in. Dit was wat Marko bedoelde dat er stevige wind stond. Het was nog twee kilometer tot de auto. Met een lied van Boudewijn de Groot in mijn hoofd baande ik daar sterk en eenzaam een weg, richting het strand met mijn lijf kromgebogen tegen de wind. Als snel kwam ik in het gebied van de parkeerplaats van het Grevelingen strand. Het viel me op dat ik deze kant van de Grevelingen nog nooit had gezien. Het was bebost gebied, hier had ik geen last meer van de wind. Het was nog geen tien uur en op dit tijdstip en het grijze weer erg stil. Op een paar wandelaars na die hun honden uitlieten was het uitgestorven. En zoals we hadden afgesproken de 3e parkeerplaats, verscholen tussen de bossen stond onze auto in zijn uppie op mij te wachten. Ik kan de Philipsdam van mijn verlanglijstje afvinken en ik heb deze ochtend op drie Zeeuwse eilanden gelopen. Ik ben voldaan met mijn loopje en erg tevreden met de geheime plekjes die speciaal voor mij bestemd waren en zich in alle glorie ontpopte.
En Marko? Die was bijna thuis. Ik was hem op de route voorbij gereden en stond een eindje verder hem op te wachten. Tot vier keer toe liep hij de auto voorbij. We waren vijf kilometer van huis af voor er werd ingestapt. Hij wilde pas stoppen op een rond kilometergetal. Wat hebben hardlopers toch met ronde getallen? Dat gaan we wel een andere keer uitzoeken. Nu eerst koffie.
Augustus 2023
Pins Planeten Pad 🪐 (deel2)
Het is een mooie Moederdag lenteochtend met een temperatuur van boven de vijftien graden, maar de zon is nog niet wakker dus voelt het nog lekker koel aan buiten. Ik rij samen met mijn man, Marko richting de kinderboerderij in Bergen op Zoom. We gaan het tweede deel van het Pins Planeten pad (PPP) hardlopen. We beginnen bij het einde van de officiële route en lopen de helft naar planeet Uranus waar ik de vorige keer mijn eerste ruimte missie was omgedraaid.
Marko gaat vandaag gezellig mee. Dat vind ik leuk, want dat doen wij niet vaak samenlopen, maar voor Moederdag maakt hij een uitzondering, zei hij. Maar ik denk dat hij stiekem nieuwsgierig was geworden na het horen van mijn ruimteavontuur. Of hij had medelijden met mijn navigatie kunsten en wilde mij behoeden van het verdwalen. Marko heeft namelijk een horloge met een navigatie functie. Omdat we de route achterstevoren gaan lopen gaf mij dit wel meer vertrouwen. Vandaag ben ik dus gewapend met een routekaartje op mijn telefoon, de navigatie in het horloge van Marko en twee paar ogen, dat kan niet verkeerd gaan toch?
Bij de kinderboerderij komen wij aangereden en ik zie al een markeerpaaltje van het planeten pad staan en daar parkeren wij ook de auto naast, die hebben we al gevonden. We staan nu heel dicht bij Pluto de laatste planeet van ons zonnestelsel.
‘Ready for take-off’ en we rennen langs de slagboom het bos in. Het is nog vroeg in het bos en alleen de vogels en het ruisen van de bladeren breekt de stilte om ons heen. Het pad loop kaarsrecht en het is een soort van karrespoor. Ieder van ons loopt op een uitgesleten paadje. We zijn een kilometer ver en zien een hoog hekwerk in de verte aan het einde van het pad opdoemen. Dit lijkt het einde van ons zonnestelsel. En het verbaast mij dat er hekwerken zijn in de Melkweg. Als we dichterbij komen zien we links van het hek Pluto shinen. En het hek blijkt hierop aarde gewoon de afbakening van vliegbasis Woensdrecht te zijn. We gaan samen op de foto met Pluto en nu beginnen we officieel met onze ruimtemissie en rennen de eerste kilometer weer terug waar de auto staat maar nu lopen we door. Bij de weg waar we op uit komen loop ik nog speciaal naar het routepaaltje om te kijken hoe de pijl staat. En het klopt we moeten over steken.
Aan de overkant zien we verder geen andere wandelpaadjes, dus lopen we rechtdoor. Maar al snel geeft het horloge van Marko een geluidssignaal af dat we afwijken van de route. Hmmm, hoe kan dat nu? We zijn beide goed op aan het letten, en volgen precies de markering. We negeren het nog even, de route zal wel hemelsbreed genomen moeten worden en ondertussen halen we twee wandelaars in met een hond en begroeten hen met een goede morgen. Marko’s horloge geeft niet op hij blijft aangeven dat we vijftig meter afwijken. Er is helemaal geen ander pad te zien. Zelfs met Marko erbij begin ik te twijfelen en we kijken toch maar even op routekaartje die op mijn telefoon staat en we zien dat we zo ongeveer toch de goede richting op lopen. Ondertussen halen de wandelaars ons weer in en krijgen mee dat wij als ruimtereizigers de route aan het bekijken waren. Marko besluit dat we onze weg gaan vervolgen en we zien wel waar we uitkomen. En weer halen we de wandelaars in. Ik roep naar ze dat we toch goed zaten. En de vrouw lachte vriendelijk naar ons en de hond rent een eindje met ons mee totdat hij teruggeroepen wordt.
Een deken van dauwdruppels hangt over het gras wat het pad bedekt. Ik voel mijn sokken nat worden, maar ik vind net niet erg. Het paadje is smal en dicht begroeid, we lopen achterelkaar. Soms moeten we even bukken voor een afhangende tak. En als ik een tak tegenhoud moet ik er wel rekening mee houden dat ik deze niet ineens loslaat. Marko zal het niet zo fijn vinden als er een tak in zijn gezicht zwiept. De sfeer zit er goed in en we zitten midden in ons avontuur naar het vinden van de juiste route. Ik vertel tegen Marko dat ik nu precies dezelfde sfeer van spoorzoeken ervaar als vorige keer. Ik gooi even een fantasie op. Moet je eens bedenken zeg ik tegen Marko dat we meedoen aan de Barkley Marathon in Amerika. Dat is een Trail wedstrijd waarvan bijna niemand de finish haalt. Je moet vijf rondes lopen van tweeëndertig kilometer binnen zestig uur. En na iedere ronden moet je richting veranderen, deze rondes zijn niet gemarkeerd dus je moet zelf de weg zoeken. Dat doen we nu ook! We lopen midden in het bos, wij kennen de route niet en het bos is ons ook niet echt bekend.
Marko moet lachen en begreep wat ik bedoelde en hoe al die avonturen in mijn hoofd terechtkomen door een loop als deze. We komen aan het eind van het pad bij een splitsing en zien dan een markering die voor ons rechtdoor aangeeft. Maar wij komen van de tegengestelde richting. Er is dus toch een ander pad dan die wij net liepen, gelukkig zien we op het horloge van Marko dat als we nu links de splitsing in gaan we weer op de juiste route lopen. Echt makkelijk zo’n horloge dat de route aangeeft. We lopen zij aan zij springen over boomwortels, dit stuk bos is ruimer op gezet en uitdagender en we maken ook de nodige hoogtemeters. Ik vertel tegen Marko dat dit stuk bos veel lijkt op het laatste stuk van vorige keer net voor ik Uranus bereikte. Op mijn horloge zie ik dat we op vier kilometer zitten, het lijkt dat we dus nu dus ook dicht bij Uranus zijn. Marko zegt dat hij daarboven op de heuvel een bord ziet staan en net als vorige keer als een duveltje uit een doosje zien we Uranus. Nu al? We zijn op de helft is mijn verbaasde reactie. Volgens mij moet er nóg een planeet zijn. Ik check dit even en zie dat we Neptunes nog moeten vinden. Die hebben we op de heen weg niet gezien en we gaan ervan uit dat deze op dat ene pad staat waar we vijftig meter naast gelopen hebben. Dus we gaan samen tijdens onze terugreis op zoek naar Neptunes.
De terugreis. We lijken het hoogste punt gehad te hebben want vanaf Uranus lopen we heel veel heuvelaf. Dat gaat lekker rap. Ik moet wel even uitkijken dat ik niet in de modder terechtkom, want als mijn schoenen vast komen te zitten heb ik niet alleen natte sokken maar ook smerige sokken. Het was een grappig zicht van ons twee, die modderpoelen ontwijken.
Ik omzeilde de modderpoel rechtsom en Marko pak deze synchroon linksom. Inmiddels volgden we braaf de markeringen en het gaat erg goed. We hebben geen twijfel meer dat we verkeerd gaan. We komen op de splitsing waar we eerder achter kwamen dat we van de route afweken en we nemen nu wel het goede pad. Ik dacht dat we onze bergpassen gehad hadden, maar er zat nog één flink klim in de route.
Een steil stuk met allemaal boomwortels met een aanloop kom ik boven terwijl boven op de heuvel Marko mij op sta te wachten, nou zeg maar uitlachen, ik heb een hekel aan heuvels en dat weet hij maar hij moedigde mij wel aan in mijn klim. Het missende pad lopen we af en de zon breekt door en we voelen meteen de temperatuur stijgen.
Als we loeren naar het pad waar we eerder liepen zien we het gewoon niet. Het moest vijftig meter verder op liggen, maar we zien het niet door al het gras dat er groeit. We laten het los en gaan op zoek naar ons laatste planeet, die kan niet ver zijn. Nog steeds is het stil in het bos Marko ziet in de verte een vennetje dat wij niet verwachten zo midden in het bos. We lopen achterelkaar aan want het pad wordt hier erg smal. Het is geen karrespoor maar een geitenpaadje. In ganzenpas achterelkaar aan hobbelen wij verder, maar de snelheid is er ver uit want het slingert hier enorm en we moeten aardig wat begroeien en takken ontwijken. Even begin ik te denken of dit wel een pad is, maar de route markering geeft aan dat we goed zitten. We horen al wat auto’s rijden dus moeten we vlak bij de oversteek zijn en met nog één keertje wegduiken voor takken komen we uit het struikgewas op het pad waar we in het begin liepen. Nu snapte wij het waarom we na de oversteek geen ander pad zagen, deze was zo dicht begroeid dat we het gewoon voorbij liepen. Einde in zicht en bijna bij de auto, maar Neptunes hebben we nog niet gezien. Ik begin te geloven dat er ook vandaag een zwart gat is ontstaan waar deze planeet in is verdwenen. Bij het oversteken zie ik rechts van de straat de twee wandelaars van eerder met de hond een auto in stappen. Gelukkig dat we hen niet weer ingehaald hebben, want de derde keer is trakteren is het gezegde, als je iemand drie keer op dezelfde dag tegenkomt.
Waar is Neptunus? Links van de straat zie ik in mijn ooghoek de planeet waar we al even naar op zoek zijn. Het is Neptunes. Jippie gevonden! Roep ik met een wat hoog stemmetje naar Marko. Neptunes staat op de hoek van de straat naast het fietspad met een houten bankje ernaast.
Verhip hier zijn we vandaag al twee keer voorbij gekomen! Eerst met de auto voordat we deze gingen parkeren. We zagen van de weg af wel een kleine planeten afbeelding van tien bij tien centimeter op het paaltje staan maar een bord van een meter hoog niet. De tweede keer kwamen we erlangs toen we onze ruimtereis begonnen en wilde gaan oversteken. Ik ben zelfs nog naar dat routepaaltje gelopen om te kijken hoe de pijl stond. Deze stond naast Neptunus! Hoe konden we beiden die nu niet zien. Brain Freeze! Ik heb een momentje van ‘Iets met de boer die zijn paard zocht en zat er zelf bovenop zat’. Marko en ik lagen helemaal in een deuk en hebben even tijd nodig om van deze verbazing bij te komen. Geen zwart gat vandaag gelukkig. Deze missie was volledig geslaagd. Op mijn horloge zie ik dat we over de zes kilometer zitten en het wordt al aardig warm, we besluiten richting de auto te lopen en de zeven kilometer vol te maken. En na een uurtje lol in het bos gaan we ons zelf trakteren op een bakkie koffie. Onderweg naar huis verteld Marko dat hij deze route in zijn geheel ook een keer wil gaan lopen. Ik beschuldig Marko met een knipoog dat hij mijn idee aan het jatten is, maar ik vind het alleen maar leuk dat ik hem met dit loopavontuur heb weten te inspireren. En ik vind het geweldig dat hij samen met mij dit avontuur wilde aan gaan. En wat zijn idee betreft, is dat ook de mijne. Volgende keer lopen we de gehele route. Ik zal dan Saturnus uit het zwarte gat halen en op de plek vinden waar hij hoort. Maar dat is voor de volgende ruimte missie. Nu eerst koffie.
Juni 2023
Mijn grootste miskoop 🛒
Al een tijdje wilde ik iets meer aan mijn conditie werken. Al bladerend in een reclame krantje zag ik jou staan. Rechts onderaan op de laatste bladzijde. Jij bent een Hardloopband voor een redelijke prijs van honderdvijftig euro. Ik werd opslag verliefd en ik zag me zelf in gedachten al jou al gebruiken. Je bent opklapbaar, dus pas je ideaal in mijn huis. Ik had het al helemaal bedacht, als ik jou gebruik kom je op de overloop te staan. En ben ik klaar met je, klap ik je op en zat je in het opberghok waar de verwarmingsketel staat. Ik zie alleen maar voordelen. Slecht weer of weinig tijd dan klap ik jou uit al ik het maar voor een half uurtje. Jij bent dé aankoop van de eeuw.
De volgende dag ben ik naar de winkel gereden en heb jou opgehaald. Dat was een flinke opgave. Je zat in een enorme doos en ik moest jou in de auto zien te krijgen. Een handige verpakking was je niet. Als doos ben je best kolossaal. Maar als ik thuis ben met jou komt alles goed, zeker weten.
We zijn thuisgekomen en je staat als doos midden in de woonkamer. De bedoeling is dat je boven komt te staan. Ik moet jou de trap nog op en daar heb ik geen rekening mee gehouden. Gelukkig kreeg ik hulp en hebben we jou met flink gemopper en zweetdruppels boven gekregen. Ik begin de eerste tekenen van spijt te krijgen. Deze gedachten heb ik snel weggestopt want jij gaat eerst uit de doos komen en fantastisch werken. Na een uurtje puzzelen was jij dan uit de doos en alle losse onderdelen waren aan jou vastgemaakt op de plek waar het hoorde.
Nou, daar sta je dan. Je past precies op de overloop en wat ben je mooi. Het is tijd om je uit te proberen. Ik sta boven op jou en bekijk je computer knopjes. Ik zoek het start knopje, maar die blij je niet te hebben. Dan is het altijd fijn dat er een gebruiksaanwijzing bij zit. Na het lezen hiervan blijk jij geen loopband te zijn zoals ik die gewend was in de sportschool. Jij blijkt een loopband te zijn die je handmatig moet bedienen. Dit wordt in deze context voetmatig. Ik moet jou dus zelf in beweging zetten. Nou, daar is hij weer hoor, mijn weg gestopte spijt gevoel komt naar boven geborreld. Ik blijf positief voor de honderdvijftig euro en ga het gewoon eerst proberen, misschien valt het wel reuze mee. De eerste stappen op je voelde zwaar omdat ik jouw band al lopend aan de gang moet duwen met mijn voeten. Maar het lukte wel hij doet precies wat hij moet doen. Maar stop ik even met lopen dan sta ook meteen de band stil. Ik ben niet voor één gat te vangen en ik trek mijn sportkleding aan en ga eens proberen of ik jou een half uurtje aan de gang kan houden. Wandelen gaat goed maar meer versnellen gaat niet echt. Als ik sneller wil moet ik jouw armleuningen vasthouden om meer kracht te zetten mijn voeten om de band sneller te laten draaien. Dat is geen natuurlijke hardloop houding. Als ik zo loop lijk het net of ik met mijn billen naar achteren hang alsof ik mijn broek vol gedaan heb. Na een kwartiertje stoeien met je klap ik je op en zet ik je in opberghok.
De volgende dag probeer, ga ik het weer proberen en wederom lukte het weer niet om tot hardlopen te komen. Nu ben ik echt teleurgesteld in jou. Het leek me zo mooi op met jou te sporten, maar je stelt me steeds teleur. Ik wil sneller en soepeler, maar jij bent niet vooruit te branden. Ik vind jou niet zo leuk meer. Ik begin in te zien dat we niet voor elkaar gemaakt zijn. Ik wil duidelijk iets anders dan jij. Ik klap je op en zet je weer in het berghok zodat ik je voorlopig niet meer hoef te zien.
Een maand later … zoek ik je weer op en haal ik je uit het opberghok. Ik neem je zelfs met wat hulp jou mee naar benden. Nee, ik ga jou niet meer gebruiken. Ik heb jou te koop aangeboden en zo iemand anders gevonden die waarschijnlijk beter matchend met jou dan wij samen. Die middag scheiden onze wegen en ik ben opgelucht dat jij een ander maatje hebt nu. Ik wens jullie samen een lang gelukkig leven. Ik trek mijn sportkleding aan en ga naar buiten voor een hardlooprondje op het asfalt en ik mis jou niet.
Mei 2023
Bosjes vrouwen 📸
Het verhaal achter de foto
Ik ben een jaar of drie oud en met mijn vader en moeder in een naaldbomenbos. Het is een droge, iets wat frisse herfstdag, ik heb mijn paarse winterjas aan en een capuchon op tegen de kou. Mijn vader is op dit moment de pakezel. Hij heeft de sporttas bij en draagt ook de fotocamera om zijn hals en een leren donkerbruine koffer om zijn schouder. De koffer is voor de fotocamera, daarin zit ook nog een extra telelens in. Mijn ouders motto, ‘Je kunt het maar bij hebben, je weet immers nooit wanneer het nodig zal hebben’.
Het is begin jaren tachtig dus van een compact fotocameraatje die in je broekzak past, is geen sprake. Ook dat koffertje is allesbehalve compact en makkelijk mee te nemen. Om je een idee te geven dat koffertje is zo groot als een kratje bier voor zes flesjes. Wat wel luxe is de koffer is voorzien van een draagband. Dan loop je met twee kilo aan je schouder net wat lekkerder rond. (Hij maakt de foto.)
Mijn moeder zit in haar jeans met wijde pijpen en rood/ witte winterjas wat ongemakkelijk net wel, net niet op haar hurken tussen de takken die op de grond liggen en de kale bomen in het bos een eindje van het wandelpad af. Ze heeft mij bij mijn armen vast en onze gezichten zijn naar elkaar toe gericht. Ik zit ook op mijn hurken met mijn zwarte joggingbroek met knal oranje strepen op mijn hielen en in mijn blote billen en ik hou mijn moeders benen stevig vast.
Vijf minuten vóór de foto.
Het is een zondag, we zijn in een bos want mijn vader doet mee aan een crosswedstrijd. Dat is een Hardloopwedstrijd midden in het bos en daar een aantal kilometers rennen op onverharde paden, door mul zand of modder. De wedstrijd is afgelopen. Ik heb heel de ochtend in het bos tussen de takken en struiken gespeeld. Mijn moeder houdt mij in de gaten vanaf de rand van het parcours, ze heeft daar een plekje bemachtigt waar ze met de sporttas van mijn vader, de koffer van de fotocamera en haar eigen handtas staat met daar in mijn ‘Tjolk’ drinkpakjes die ze mij al regelmatig gegeven heeft om mij zoet te houden.
Mijn vader heeft ons ook inmiddels gevonden toen hij klaar was met zijn wedstrijd. We gaan naar huis. Ik ben al wat verdergelopen, maar mijn ouders lopen niet mee. Ze staan nog te kletsen. Ik word erg onrustig en kan niet stil blijven staan. Ik moet plassen en niet zo klein beetje ook. Ik tik mijn moeder aan en zeg dat ik moet plassen. Mijn moeder hoort mij niet en gaat verder in op het gesprek met de ‘grote’ mensen waar ze bij staan die ik helemaal niet ken. Mijn geduld is op omdat de drang steeds groter wordt dat mijn buik er pijn van doet. Ik begin harder Mama! Te roepen en pak haar hand om in te knijpen tegelijk begin ik ook aan haar arm te hangen en roep weer ‘Ik moet plassen!’ Het werk, ik heb de aandacht.
Mijn moeder knielt en vraag wat er is. Ze ziet mijn benauwd gezichtje en ik zeg het weer tijdens het heen-en-weer wippend op mijn benen dat ik echt heel erg moet plassen. Ze kijkt even vragend naar mijn vader en hij gaf als antwoord dat er geen toilet in de buurt is. Hij oppert wel een idee de bosjes in te duiken. Mijn moeder twijfelt geen moment, want ze ziet dat de nood erg hoog is. Ze geeft haar handtas, de sporttas en de koffer van de fotocamera aan mijn vader en ze neemt mij een eind mee de bosjes in.
Tijdens de foto.
Ik kijk mijn moeder vragend aan, want ik zie geen w.c. vertel ik haar. Ze zegt dat ik hier moet plassen. Wat? Ik ben wat verward en begrijp het niet helemaal meer, maar ik ‘moet’ nog steeds heel erg. Ze stelt mij gerust, legt uit dat ze mij helpt en ik net moet doen alsof ik op een onzichtbare w.c. ga zitten. Ik trek mijn zwarte joggingbroek naar beneden en kijk weer naar mijn moeder want ik weet het even niet meer. Ze vertelt mij dat ik door mijn knieën moet zakken en in volg haar. Ik pak haar bovenbenen vast om niet om te vallen. Op hetzelfde moment pak mijn moeder mij vast onder mijn oksels. Ik kon het nu ook echt niet meer tegenhouden want het was best fris in mijn blote billen daar in het bos. Mijn moeder zorgde ervoor dat ik mijn broek niet nat plaste.
Na de Foto.
Wat een opluchting voelde ik in mijn buik. De pijn was weg en ik was weer helemaal blij. Ik kijk mijn moeder glimlachend aan en zeg ‘Klaar!’ Mijn moeder strekt, haar benen en ontvouwt zich weer uit haar lastige hurkpositie. Ze helpt mij weer mijn broek omhoog doen. Deze was gelukkig droog gebleven. Samen draaien we om zodat we terug konden lopen.
Ik zie dat de vreemde grote mensen van eerder weg waren, gelukkig die hebben mijn blote billen niet gezien. Ik zie wel mijn vader naar ons kijken met de fotocamera in zijn handen. Ik word boos en roep van uit de bosjes ‘Heb jij mijn blote billen op de foto gezet?’ Mijn vader moest wel lachen om mijn reactie en voor dat hij antwoord kon geven trok ik mijn capuchon verder over mijn hoofd en stampvoet de bosjes uit, het wandelpad op, richting de parkeerplaats waar de auto stond. Ik vond mijn vader even heel erg stom. Mijn ouders kwamen ook bij de auto aan en laaide de tassen in de kofferbak samen met het twee kilo wegende camerakoffer mét de telelens die niet nodig bleek te zijn. Mijn boze bui verdween toen ik in de warme auto zat op weg naar huis met een boterham en Tjolk in mijn hand.
Mei 2023
Pins Planten Pad🪐 (deel 1)
Soms kom je van die berichten tegen op sociale media die opvallen en je lang bij blijven. Dat was bij mij dus ook. Een collega had in februari een artikel gedeeld wat mijn aandacht trok. De titel was: ‘Op reis door het heelal, maar dan gewoon in Wouwse Plantage’.
Het artikel ging over een nieuwe wandelroute in het bos ‘Landgoed Wouwse Plantage’. De route was ruim acht kilometer. In de route hebben de makers borden van de planeten in onze Melkweg op volgorden geplaatst zoals deze ook in ons zonnestelsel staan. De planeten staan op schaal verspreid over de wandelroute. Eén meter op onze aarde is 1,1 miljoen kilometer in werkelijkheid. Als je de gehele route uitloopt, heb je dus eigenlijk 9.020.000.000 kilometer gelopen. Dit vond ik een leuk initiatief, een wandelroute met een verhaal, een doel en educatie. Dat leek mij erg toegankelijk voor jong en oud.
Alle planeten zijn gemarkeerd met grote geroeste ijzeren borden met daarop de naam van de planeet en hoever deze van de zon staat en veel meer informatie met betrekking tot de planeet. Ook staat er op het bord een QR-code zodat je na het scannen meteen alle informatie want elke planeet heeft een eigen website. Ik zag mezelf al in gedachten lopen van planeet naar planeet even een selfie maken en de informatie in mij opnemen en weer door…
Hardlopend kan ook. Ik ben een echte weg atleet en ren altijd mijn eigen rondjes die ik zelf uitzet. Ik loop eigenlijk nooit in het bos, laat staan dat ik wandelroutes volg. Onverhard lopen kost mij meer energie omdat ik dan rekening moet houden met boomwortels, los liggende takken, kuiltjes en bulten. Dit is een zwaardere belasting voor mijn gewrichten, pezen en alles wat daar nog meer zit. Bij crosswedstrijd en trial routes door de bossen zijn om die rede dan ook korter dan op de weg. Na het lezen van dit artikel had ik meteen zin om een keer naar Wouwseplantage te rijden en deze route te gaan hardlopen. Acht kilometer is niet een flinke uitdaging, maar wel een superleuk tussendoortje.
Twee maanden later schoot het artikel weer door mijn hoofd. Tweede paasdag vond ik een mooie dag om het bos in te gaan. Ik ben mij gaan verdiepen in het Pins Planeten Pad website Daar wordt de naam afgekort in PPP. Op deze site vond ik alle informatie die ik nodig had. Ik las dat het geen wandel rondje was. De start en het eindpunt zijn niet op hetzelfde plek. Maar net als in het heelal staan de planeten op een rij. Met deze wijsheid was ik blij, want ik moest hier wel rekening mee houden.
Ik begon met wat onderzoek van de omgeving via routekaarten en plattegronden op het internet. Ik wilde de auto parkeren bij de ‘Natuurpoort’ en daar is het begin van de route, maar het zou ook handig zijn dat ik ook weer bij mijn auto eindig. Er gingen verschillende opties door mijn hoofd zoals, het PPP helemaal lopen omdraaien en dezelfde weg teruglopen, maar dat kwam op ruim zestien kilometer rennen. Dat vond ik wat te uitdagend zo’n eerste keer in het bos. De tweede optie was, ik loop heel het PPP uit en ik ga via het dichtstbijzijnde fietspad terug naar de auto lopen. Via een route kaartje zag ik wat de snelste weg terug was. Het eindpunt van de route is bij Bergen op Zoom vlak bij een kinderboerderij. Het fietspad dat daar loopt naar Wouwseplantage bleek volgens het kaartje net zo ver te zijn als de eerste optie. De derde optie, Ik loop halverwege het PPP. Daar ligt Uranus en dan via het fietspad terug naar de auto. Uranus ligt een ruime vier en een halve kilometer van de zon af en ook het begin van de route, das prima te doen voor mij. Alleen het dichtbij zijnde fietspad is helemaal omlopen omdat in het bos een privéterrein licht. En er geen snel tussendoortje pad is. Alle paden worden omgeleid. Mijn laatste optie die ik kon bedenken was heel simpel lopen tot Uranus en dezelfde weg weer terug huppelen. Dan loop ik totaal zo’n negen kilometer, dat is een leuke afstand voor mijn eerste trialroute.
Kan ik verdwalen? Ik had nog even voor de zekerheid een mailtje gestuurd naar de ‘Natuurpoort’ met de aankondiging wat ik van plan was en gevraagd of ik dezelfde terugweg goed kon vinden. Ik was namelijk als de dood om te verdwalen. Ik heb in het verleden daar op het landgoed al eens eerder gewandeld en was toen de weg kwijt geraakt. Het duurde toen best lang voor ik weer de bewoonde wereld terugvond. Ik ging nu alleen op pad dus dat vond ik wel een angstig idee dat ik dan dwalend in het bos rond loop zonder iemand tegen te komen en niet weten of ik de juiste kant op ga en dan uiteindelijk in de schemering van de dag ineens in België sta. Gelukkig stelde zij mij gerust dat als ik de groene route volg ik terugkom waar ik gestart ben.
Tweede paasdag. Ik wilde op tijd gaan lopen want als de zon eenmaal door komt én op tweede paasdag kunnen er veel mensen op de been zijn die ook naar bos gaan. Ik had de wekker op acht uur gezet, maar die had ik niet nodig; ik was ruim voor de wekker wakker. Meteen mijn loop kleding aangedaan. Het werd een T-shirt, want het zou boven de tien graden worden, perfect loop weer. Nog even met een bakje thee goed wakker worden en klokslag negen uur de auto gestart. Het was nog wat bewolkt, maar het weer oogde vriendelijk. Bij de Natuurpoort was er veel parkeerplek te vinden. Ik parkeerde de auto en toevallig had ik meteen zicht op het startpunt van de route. Ik ving al een glimp op van planeet de zon. Van dichtbij een fotootje en nog even het plattegrondje met de route op mijn telefoon bekijken om er zeker van te zijn welke kant ik op moest. Ik zag dat de route naar recht ging, mijn gps-horloge aangezet en ik huppelde een bruggentje over om het fietspad naar rechts te volgen. Volgens de mijn eerdere opgedane wijsheid zou ik al snel de tweede en derde planeet tegen moeten komen, maar dit bleef uit. Ik begreep er niets van. Zou ik het dan toch verkeerd gelezen hebben? Ik liep nog wat verder en genoot van een prachtig strak fietspad wat na een vijfhonderd meter naar rechts afboog. Daar zal ik wel de volgende planeet tegenkomen dacht ik. Maar na de bocht weer geen planeet. Inmiddels liep ik op een door gaandeweg met tegemoetkomende wielrenners. Nu wist ik het zeker, ik loop niet goed en besefte ‘deze wegatleet was op de automatische piloot gestart’. Gelukkig heb ik soms ook heldere momenten en dacht ik ‘och natuurlijk het PPP is een bos route!’ Ik ben zo gewend om over fietspaden en asfalt te lopen dat ik automatisch het fietspad ook ging volgen. Ik besloot om de eerste mogelijkheid die zich voordeed het bos in te duiken, dan liep ik in ieder geval de juiste richting op. Na driehonderd meter kon ik een bospad in. Ik bleef goed om mij heen kijken of ik roestige borden zag met een planeetnaam erop zo dat ik bevestiging kreeg dat ik goed was. Ik voelde mij nu al als een echte avonturier. Ik was op zoek naar planeten mijn missie voor vandaag, ook al was ik even de weg kwijt hier in de ‘Pinse Melkweg’. Maar Ik liep lekker te genieten van de ‘ruimte’ in het bos en ondertussen ook kijken waar ik liep, soms even over een grote tak springen, onverhard lopen vergt wel wat extra coördinatie en incasseringsvermogen. Ik was nog niet helemaal zeker van mijn zaak, of zeg maar niet zeker van de route, maar ik was al wel in mijn element.
Routepaaltjes. Het viel mij op dat ik groen-witte pijltjes aan het volgen was. Er stonden veel gekleurde plaatjes die de route aangeven. Later kwam ik achter dat er dan ook tien wandelroutes te zijn in deze buurt. Ik ging op die route paaltjes letten en ik kreeg in de gaten dat het onderste plaatje op het paaltje zwart was met een witte planeet met een pijl er op. Verhip, Eureka! Nu werd mijn speurtocht makkelijker dan ik dacht. Al die tijd moest ik gewoon de routepaaltjes in de gaten houden en niet naar roestige borden zoeken. Wat een opluchting, ik liep meteen meer ontspannen. En als snel vond ik ‘Jupiter’. Ja, eindelijk mijn eerste planeet gevonden. Een selfie hier een foto daar en ik huppelde weer door. Ik had nu wel vijf planeten gemist. Dat was jammer, ik had ze graag op de juiste volgorde ontdekt. Maar ik zie de andere planeten op de terug weg wel.
Slingerde door het bos, lag Jupiter net voorbij een derdewereldtuin. Een leuk stukje natuur dat aangelegd was, erg speels met houtensnipperpaden bogen waar later in het jaar waarschijnlijk planten of bloemen over heen groeien. En nog wat kunstwerken tussendoor. Zo kom je nog eens wat tegen in deze ruimtereis via de planeten weer even op aarde in de derdewereldtuin. Maar veel tijd om te bewonderen nam ik niet; ik was met mijn space-missie bezig en liep weer door. Ik kwam uit aan de rand van het bos over een smal geiten paatje tussen het bos en een weiland. Daar werd ik overvallen door een heerlijke bloemige geur. Wat rook het hier heerlijk. Ik tuurde de omgeving af om erachter te komen waar dit vandaan kwam. In de verte zag ik kleurig stroken tapijt met bloemen. Ik heb niet veel verstand van bloemen, maar ik meende Hyacinten te ruiken. Het pad liep naar een boerenerf en verder op zag ik weer een routepaaltje dus zat ik écht goed. Voorbij de boerderij lag daar weer een veld van paarse, rode en witte hyacinten. Wat was dit prachtig zeg. Ik heb bij beide bloemenvelden een stop gemaakt om foto’s en een filmpje te maken. Dit lente plaatje vroeg gewoon om extra aandacht. Ik volgde mijn weg en liep weer het bos in. Nog twee planeten te gaan en dan omkeren. De laatste twee planeten lagen volgens het routekaartje wat verder uit elkaar. Dus liep ik weer op mijn gemak van paaltje naar paaltje. Ik hoorde auto’s voorbij zoeven. Ik liep nu vlak bij een doorgaande weg, deze moest ik oversteken en ik zat dan aan de andere kant van het bos. Na het passeren van een heel erg breed bospad zag ik een soort straatnaambordje ‘Zurehoek’ en wist ik dat ik steeds dichter in de buurt van Uranus kwam. Het leek voor mij dat ik nu dieper het bos in ging, hier en daar was het wat drassig, maar het was nog prima begaanbaar. Totdat ik de bocht om was. Hier waren ze had aan het werk geweest. Ik zag een open terrein van zwart zand. De tractorbanden sporen stonden nog diep in het zand. Sommige waren zo diep dat er nog plassen in stonden van de regen van afgelopen week. Hardlopen was hier niet meer van toepassing, dit was wandelen in combinatie van hinkstapspringen. Door deze hindernissen geploeterd en wat wandelaars ontwijken ging het open stuk over in nog een geitenpaadje langs een ander weiland. Deze was niet zo fleurig als de vorige, maar depressiever van kleur, helemaal omgeploegd door de boer om het later verder te bewerken. Het paatje leek te eindigen. Was dit het einde route?
Ik zag een hekwerk met daar achter het omgeploegde weiland. Om in de sfeer van de Melkweg te blijven was dit mijn zwarte gat. Wat Ik niet kon zien was dat het smalle paatje naar links afboog zo het bos weer in. Het gevoel van ‘ik zit verkeerd’ was weer aanwezig. Dit ruimteavontuur zit vol met verrassingen, mijn zwarte gat bleek geen bermuda driehoek van mijn avontuur te zijn, maar hoorde gewoon bij mijn ruimtereis. Nu zal ik dan wel zeker te weten snel op Saturnus stuiten want Uranus moest hier ook in de buurt zijn. Ik kon niet ver vooruit kijken, want dit gebied zal vol met bochten en heuvels en was wat dichter begroeid met dikke bomen. Op mijn horloge zag ik dat ik al vier kilometer onderweg was. Dat was eigenlijk het kilometerpunt van Uranus. Misschien heb ik nu Saturnus ook wel gemist? Was ik dan zo in gedachten dan ik het niet gezien had, wie zal het zeggen, daar kom ik op de terug weg wel achter hopelijk.
Dieper in het bos bleef ik lopen. Ik liep nog steeds goed. Heb vertrouwen zei ik tegen mijzelf Je kent de weg hier niet, dus lijkt het gewoon veel verder dan het in werkelijkheid is. Ik merkte dat ik vermoeider werd en vond het glooiende pas een uitdaging, geen blubber, bandensporen meer maar wel dikke boomwortels en heuvelop. Bij veel bochten dacht ik hierna zal er een planeet zijn… Maar nee. Na deze heuvel zal Saturnus er wel zijn… Weer niet. Ik merkte dat ik wat aan het jagen was. Iedere keer de grens verder weg leggen. Mijn horloge gaf aan dat ik inmiddels meer dan vijf kilometer had afgelegd. Na wat rekenen zou ik dan op tien kilometer uitkomen. Nee, ik heb in het begin gewoon extra kilometers gemaakt met dat fietspad, het zal vast korter zijn. Zo sprak ik mijzelf moed in en maakte in mijzelf wijs dat het vast meevalt uiteindelijk.
Saturnus? Ik voelde de vermoeidheid wel in mijn kuiten. Ze leken wel vol aan het lopen om dit gevoel wat weg te nemen wisselde ik het rennen af met wandelen. Ik bleef na iedere bocht en heuvel de hoop houden een planeet te vinden en wanneer ik het even niet verwacht Zag ik daar op een open plekje Uranus! Yes! Ik ben op de helft. Even een vreugdedansje rond om Uranus. Ik keek nog even op het routekaartje om de locatie te zoeken van Saturnus wat deze had ik de dus wel had gemist. Wat bleek ik was deze dus allang voorbij gelopen. Saturnus staat nog vóór de doorgaande weg. Ik moest nu dus de weg oversteken en dan aan de linkerkant goed op letten.
De terugreis gaat in ren en wandel tempo. Ik moest nu wel bij ieder routepaaltje even omkijken en het plaatje andersom benaderen om de terug weg te volgen. Dat ging supergoed. Ik zou niet verdwalen, niet vandaag. De terug weg leek nu ook veel korter. Bij de doorgaande weg moest ik echt even stoppen om mijn kuiten even op te rekken, Jeetje, wat knapte mijn kuiten daar van op. Zo kon ik hardlopend naar Saturnus op zoek gaan, dus ogen open en goed rond blijven kijken was mijn mantra.
Rechtdoor of rechtsaf? Bij het eerstvolgende routepaaltje begon ik wéér te twijfelen. Welke kant moest ik hier? Het paaltje stond wat schuin. Dus het pijltje ook, ik wist ook niet meer van welke kant ik met de heen weg kwam. Ik besloot rechtsaf te gaan omdat dat bekent leek. Het was inderdaad een bekend stuk, ik kwam al eerder op dat punt uit toen ik net in het bos was geschoten.
Ik liep nu parallel met de juiste route waar waarschijnlijk Saturnus zou staan. Dat zag ik veel te laat. Nog even keek ik achterom en schoot het door mijn hoofd zal ik … of zal ik niet even teruglopen? Naar beneden kijken naar mijn vermoeide benen die gaven het al, maar ik had ook zin in koffie na negen kilometer survivallen. Ik ging op zoek naar de andere vijf missende planten opzoeken.
Inhaalslag. Nu liep ik in één streep zo als het moest. Het laatste dicht begroeide geitenpaadje dat tussen bomen door slingerde, werd steeds spannender, het was zo’n wandelpad dat je met zijn tweeën achterelkaar moet lopen. En daar doemde in ineens planeet Ceres op. Ceres is een planeet waar ik nog nooit van gehoord had, maar deze had ik snel gespot. Ik ging mijn achterstand in gaan halen want vijfhonderd meter verderop hoppa daar was Mars dat ging lekker. Ik liep langs een slootje en een beekje, het leek wel of ik in het moeras was beland. Onder het bladerdak van de bomen was donker, van een pad was niet echt meer te spreken, planken als een loopbrug over een sloot en een modderpoel. Daar tussen lag een geul van modder waar ik doorheen huppelde, ik voelde mij even helemaal kind. Ondertussen viel mij een paars plaatje op met een kabouter. Later heb ik op gezocht dit was de obstakelroute, en dat was het zeker. Ik kan mij helemaal voorstellen dat hier de scouting zich elke zaterdag wel kan vermaken. De modderpoel was het laatste stukje van mijn ruimte missie.
Ik was weer vol energie, dat heb ik wel vaker, als het einde in zicht is, voel ik de vermoeidheid niet meer zo. Ik maakte nu wel veel tussenstops, de planeten volgenden erg snel op elkaar. Driehonderd meter van Ceres stond de Aarde en honderdvijftig meter verder op kwam ik Venus al tegen en met een steenworp afstand was daar Mercurius al en ik stond prompt alweer op de parkeerplaats, vijf meter van de zon af. Ik was weer aan het begin van het Pins Planeten pad.
Koffie en modder. Mijn oog viel op een lange paal waar alle routes op stonden. Wat vóór dat bruggetje stond waar ik al eerder overheen was gelopen. Huh? Stond die paal daar al eerder? Dit ga je niet menen, moest ik daar nu heel het bos door kruisen en een uur naar planeten-plaatjes loeren om in de gaten te krijgen dat op de allereerste paal twee meter van de zon vandaan de richting al aangegeven werd. Ik was die paal straal voorbijgelopen.
De weg atleet in mij die zelf haar routes maakt, moest er even in komen en even wennen om geleid te worden door de weg bewijzering van de Melkweg. En ik ben dit zelfs leuk gaan vinden. Ik heb genoten van het eerste deel van de PPP het was werkelijk een modderig avontuur. Ik kan niet wachten tot ik het tweede deel ga lopen. En over Saturnus zullen wij het, maar niet mee hebben, deze is gewoon verdwenen in een zwart gat en gaan we in de toekomst nog wel eens op zoeken als we de hele route ineens gaan lopen. Thuis op de deurmat mijn loopschoenen achtergelaten, deze zaten onder de modder, daar konden ze drogen terwijl ik aan de koffie ging.
Mei 2023
Maak jouw eigen website met JouwWeb